Een klimaatsocialere wereld, wat kan je als burger doen?

Een klimaatsocialere wereld, wat kan je als burger doen?

Een nieuw jaar, een nieuw begin. Tijd om even stil te staan bij het vorige jaar en plannen te maken voor het nieuwe jaar.

Hoe kan je als burger je steentje bijdragen aan een klimaatsocialer Mechelen?

Wil je iets doen, maar weet je niet waar te beginnen?

Om je daadwerkelijk op weg te helpen, geef ik hier een lijst met acties die je kan nemen. Ik heb een poging gedaan tot ‘hiërarchische volgorde’ (al is dat voor discussie vatbaar, het is een eerste aanzet):

1 Verspil geen voedsel (#3)

2 Eet plantenrijk en lokaal geteeld (#4)

            – abonneer je op biobuur

            – werk mee aan een samentuin (Citamine, Velt)

             – ‘Waar vind ik lokaal gekweekte seizoensgroenten?

3 Isoleer je huis (#31)

4 Ga voor fossielvrij:

            – Verwarm je warm water via een zonneboiler

            – verwarm met een geothermische warmtepomp (enkel mogelijk bij    goed geïsoleerde woningen) (#42)

5 Beperk je CO2-uitstoot door mobiliteit

            – Ga zoveel mogelijk te voet en neem de fiets (goed voor de

              gezondheid, leuker en socialer) (#54, #59)

            – Woon op een locatie met goede mobiscore, dichter bij je werk

            – Gebruik het openbaar vervoer

            – gebruik een elektrische deelwagen (#26)

                         – Partago, battmobiel, Cambio

                         – Indien je zelf een elektrische wagen koopt,

                           koop er een op jouw maat. Hoe groter, hoe meer uitstoot

              – Vermijd het vliegtuig

                         – deze zomer waagden we ons op fietsvakantie naar Oostende.

                           Zelfs de zoontjes van 4 en 6 droomden luidop van een volgende

                           fietsvakantie … naar de Efteling… Een succes.

                 – Winkelhieren, koop je kerstpakjes in lokale winkels ipv bol.com

6. Plaats zonnepanelen op je dak (#10)

7 Koop groene elektriciteit lokaal opgewekt via een lokale energiecoöperatie zo stimuleer je windturbines (#2) en zonne-energie (#10)

                  – Ecopower (een coöperatie)

                  – Kies je groene stroom leverancier

8. Sluit je aan bij Klimaan en koop een klimaandeel

9. Maak gebruik van de klusbib, fietsotheek, babytheek,… in plaats van gereedschap / materiaal voor tijdelijk gebruik zelf te kopen

10. Installeer led-verlichting (#33)

11. Kies voor een duurzame bank

                   – Bankwijzer: New B, Triodos

                   – beleg in duurzame bedrijven of fondsen 

                     (check de Sustainability rating op Morningstar)

                    (bv duurzaam pensioenspaarfonds Pricos SRI van de KBC);

12 Plant bomen (#38), gebruik duurzaam hout (FSC) (#5), vermijd palmolie

13 Installeer waterbesparende kranen (#46) (begin bij die voor warm water)

14 Composteer jouw organisch afval (#60)

15 Plaats een groendak (#73)

16 Trek je aan wat je aantrekt: de kledingindustrie is een van de meest vervuilende.

17 Als je een nieuw apparaat koopt, koop het meest energiezuinige (bv. label A++)

18 Onthard je tuin / bedrijventerrein en gebruik regenwater

19 Blijf actie voeren, werk samen, engageer je niet alleen privé, maar ook via je werk

20 Geniet van je klimaatsocialer leven, het is socialer, biedt meer comfort en meer levenskwaliteit.

 

Er staan gemakkelijker en minder gemakkelijke acties bij. Je huis isoleer je niet op 1,2,3. Maar je energieleverancier veranderen of een klimaandeel aankopen gaan daarentegen vrij snel. Begin met de gemakkelijkste te realiseren voor jezelf en dan ben je vertrokken.

Voor deze lijst heb ik me onder andere geïnspireerd op Project drawdown van Paul Hawken. Een wetenschapsjournalist die zich wou focussen op de oplossing van de klimaatverstoring. Want de klimaatveranderingsboodschap boezemt angst in. Dat immobiliseert de mens. Door ons te focussen op de oplossingen, kunnen we de mensen eerder mobiliseren. De klassering geeft een indicatie in efficiëntie van de maatregelen. Ik heb ze telkens overgenomen ter informatie.

Op #3 in deze lijst staat geen voedsel verspillen. Dit is alvast mijn werkpunt voor het komende jaar. Met twee zoontjes van 4 en 6 hadden we al kippen aangeschaft om de etensresten nuttig te verwerken. Maar toegegeven, in de koelkast tref ik vaak eten aan over vervaldatum. Niet alleen de schuld van de kinderen dus. En als gemakkelijke actie schakel ik voor mijn pensioensparen bij KBC over op de Pricos SRI.

 

Op de warme winteravond van 9 december in de Oude bib, leerde ik, dat het tij proberen te keren, frustrerend kan zijn. Het gaat zo traag. Een ideaal antigif daartegen is samen komen met eensgezinde klimaatsocialestrijders. Het enthousiasme werkt aanstekelijk. Dit herken ik helemaal binnen Klimaan. We noemden het al eerder het klimaanvirus. Dus voila, een reden te meer om je als klimaanlid lokaal te engageren. Een heel gemakkelijke actie.

 

Fijne, warme, inspirerende eindejaarsdagen,

Friedl Decock

Kunnen we de wereld verbeteren met één woord?

Kunnen we de wereld verbeteren met één woord?

De klimaatbeweging brengt te weinig mensen op de been om vooruitgang te boeken.

Het afval van onze huidige levenswijze zorgt voor klimaatverstoring, verlies aan biodiversiteit, ongezonde lucht en andere milieuproblemen. De aarde geeft ons feedback op ons gedrag. Negatieve feedback. Wanneer een ondernemer negatieve feedback krijgt van klanten dan neemt hij die ernstig en gaat er mee aan de slag. De feedback van ons ecosysteem laat echter heel wat mensen koud. Waarom?

De boodschap van klimaatverstoring gaat meestal gepaard met catastrofale gevolgen in de verre toekomst. Helaas kan ons brein niet goed om met gevolgen in de verre toekomst die bovendien nu actie vragen. Bovendien doodt angst verbeeldingskracht én daadkracht. Mensen kruipen in een slachtofferrol. Geboren op het verkeerde moment. Mijn ouders wisten van niet beter. Ik kan er toch in mijn eentje niets aandoen. Enzoverder.

Nochtans hoeft dit thema niet zo dramatisch te zijn. De oplossingen zijn er (zie maar naar project drawdown), enkel daadkracht ontbreekt. Klimaan toont dat het anders kan.

De media werkt dualiteit in de hand: je bent òf klimaatactivist òf ecorealist. Zelfs al ken je niets van de problematiek, geef toe, ecorealist klinkt niet slecht om je passieve houding als klimaatslachtoffer te bekrachtigen.

Het is maar een woord. Maar toch, de kracht van taal mogen we niet onderschatten.

In de Verenigde Staten hield de anti-abortusbeweging met één woord het debat jarenlang in de tang: ze noemden zichzelf PRO-LIFE. Geef toe, prachtig gevonden. Na jaren kwam er pas een krachtig antwoord op: PRO-CHOICE.

Je hoort me al komen. Welk woord kan passieve klimaatslachtoffers omtoveren in actieve klimaatdoeners en wereldverbeteraars? (In Klimaners 😉 ).

Deze vraag houdt me al een tijdje bezig, maar ik vind geen gepast woord. Ik ben ook geen echte talenknobbel. Misschien is dit iets meer voor jou?

 

Friedl

Klimaan is mijn dynamiet

Klimaan is mijn dynamiet

De komende maanden zal na elke Klimaandelijkse bijeenkomst iemand een blogje schrijven, heel vrij, over wat die persoon eruit heeft meegenomen. Ik trap af.

Wat ik vaak hoor van anderen, is dat Klimaan veel positieve energie teweegbrengt. Ik deel dat gevoel. Ook gisteren wandelde ik uit de Oude Bib, batterijen volgeladen.

Voor iedereen die het soms moeilijk heeft om positief te blijven en door te zetten onder een stortvloed van slecht nieuws, raad ik aan: kom is langs. ’t Is heel inspirerend om deze groep mensen te horen vertellen, dromen, debatteren, plannen maken, resultaten boeken. Hoogspanning. We blazen dammen op.

Het deed me denken aan een oud gedicht van Remco Campert. Hij zegt het heel mooi (ik heb het een beetje aangepast): 

ik geloof in een rivier
die stroomt van zee naar de bergen
ik vraag van Klimaan niet meer
dan die rivier in kaart te brengen

ik wil geen water uit de rotsen slaan
maar ik wil water naar de rotsen dragen
droge zwarte rots
wordt blauwe waterrots

maar de kranten willen het anders
willen droog en zwart van koppen staan
werpen dammen op en dwingen
rechtsomkeert

Klimaan is mijn dynamiet

 

vrij naar Remco Campert – Credo

Terugblik op de zomerweek van Aardewerk

Terugblik op de zomerweek van Aardewerk

Klimaan was goed vertegenwoordigd op de zomerweek van Aardewerk. Steven, Marleen, Tris, Mia en ik waren erbij. ‘De mens voorbij: onder planten en dieren’ was het thema waarin sprekers Ullrich Melle en Ton Lemaire ons meenamen. Aardewerk pleit voor fundamentele sociaal-ecologische verandering en organiseert naast de zomerweek ook de opleiding ‘Ecologische filosofie en politiek’ in Mechelen.

Leestijd: 10 minuten.

Idyllisch en vol leven. De omgeving van het Molenhuis in Bérismenil waar de zomerweek van Aardewerk plaatsvond is een mooie plek om tot rust te komen. Even naar de tent? Dan wandel je via de brug over het riviertje, onder de bomen door, naar het weilandje. Voor je voeten zie je muisjes in hun holletjes verdwijnen en sprinkhanen wegspringen. En kijk eens in het water. In de vijver zitten kikkers en in de Belle Meuse rivierkreeftjes. Het is een prachtige plek in het groen, waar het makkelijk is om je verbonden te voelen met alle leven.

Alle leven? ‘Plantenblindheid! U schrijft over de mensen en de dieren, alsof zij de hoofdrol spelen tegen een groen gekleurde achtergrond. U ziet de planten als een groen decor.’ Hoor ik daar Ullrich Melle? Inderdaad, ik betrap mezelf hier op een zoöcentrische bril.

Die bril eens een week afzetten, en voorbij de mens denken, dat deden we tijdens de zomerweek. Met een zestigtal mensen, volwassenen en kinderen, trokken we in augustus naar Bérismenil in de Ardennen. Kamperen of in het huis overnachten, het was vrij te kiezen. Op het programma: ’s morgens een lezing, de namiddagen zelf in te vullen en ’s avonds een luchtigere groepsactiviteit.

Het was de eerste keer dat ik meeging op zomerweek. Mijn twee kinderen zagen het ook zitten. We lieten de papa thuis, namen een dorpsgenote mee en reden gepakt en gezakt naar Bérismenil, waar we onze tent opzetten op een prachtig weilandje naast het water.

 

Een droogstoppel die het over liefde heeft

Op de eerste avond heeft Ullrich Melle alles al gezegd. ‘De radicale ecologie pleit voor een andere verhouding van de mens tot de niet-menselijke natuur.’ En even later: ‘Dan mag u nu naar huis gaan’. Toch wel een aparte vorm van humor, van deze milieufilosoof en professor emeritus van de K.U.Leuven.  

Onze planetaire problemen vragen om een radicale verschuiving in onze gevoelens over ‘onze’ plaats in de rest van de natuur, zegt Christopher Stone.

Gelukkig volgde er nog een verhaal over een droogstoppel en de liefde. In 1972 schreef Christopher Stone – een jurist, dus moet het wel een droogstoppel zijn – het boek ‘Should trees have standing?’, waarin hij er vrij serieus voor pleit om juridische rechten toe te kennen aan natuurlijke objecten, zoals bossen, rivieren en oceanen. Onze planetaire problemen vragen om een radicale verschuiving in onze gevoelens over ‘onze’ plaats in de rest van de natuur, zegt hij. Om het sterk uit te drukken: we moeten ons vermogen om lief te hebben ontwikkelen. Of, zachter uitgedrukt: ons meer bewust zijn van de samenhang in de natuur. Het is pure Aardewerk-filosofie, zo pleiten voor een radicaal andere relatie tot de natuur.

Twee foto’s bekeken we nog, meer was er niet nodig om ons met de neus op de feiten te drukken: we voelen ons onwennig in onze relatie tot dieren. En dan hebben we het nog niet over de planten gehad, hen zien we vaak niet eens staan. De toon was gezet.

 

Fytoceen en antropoceen

We bleven nog wat langer, en lieten ons twee voormiddagen door Ullrich Melle op sleeptouw nemen doorheen de plantenwereld. Onze eerste opdracht: alles in perspectief plaatsen. De aarde bestaat 4,6 miljard jaar, heeft nog 7 miljard jaar voor de boeg en wij doen, ocharme, nog maar 10.000 jaar aan landbouw en veeteelt. We vinden onszelf belangrijk en we realiseren ons niet dat 99 procent van alle biomassa plantaardig is. Niks antropoceen, zegt Ullrich, we leven al 400 miljoen jaar in het ‘fytoceen’, het tijdperk van de planten. Het zijn de planten die, samen met schimmels en micro-organismen, het andere leven mogelijk maken.

Of toch, het antropoceen? De mens is lang insignificant geweest, maar sinds het midden van de vorige eeuw heeft de mensheid zowat elk onderdeel van de biosfeer beïnvloed en veranderd. De wereld zoals we die kennen is voorbij, ook al beseffen we het nog niet. We staan aan de rand van epische veranderingen. Wij, de industriële mensheid, hebben ons op hetzelfde niveau geplaatst als de grote aardse krachten. En de aarde reageert met oncontroleerbare veranderingen.

Planten zullen de wereld redden, zegt Ullrich Melle, want als zij het niet doen, wie dan wel? Planten hebben al vaker in de geschiedenis van de aarde het leven gered na extinctiegolven.

Ondertussen namen de kinderen buiten hun taak als geologisch agens ernstig. Er werd meer dan één steen verlegd en plots lagen er dammen in de rivier. De loop van de Belle Meuse zal nooit meer dezelfde zijn.

Wie zal de wereld redden? Planten zullen de wereld redden, zegt Ullrich, want als zij het niet doen, wie dan wel? Planten hebben al vaker in de geschiedenis van de aarde het leven gered na extinctiegolven. Planten houden ons in leven. 

 

Een andere tijdschaal

Laat ons dan toch maar eens beter naar die planten kijken. Biologisch gezien zijn we familie van elkaar, want we stammen allemaal af van een prokaryotische cel. Hoe kan het dat we onze familie zo uit het oog verliezen, dat we hen zo gemakkelijk tot ‘groen tapijt’ reduceren? Het antwoord is eenvoudig: omdat planten traag zijn. Je ziet ze niet groeien. Ze laten zich niet betrappen op hun vitaliteit. In dieren herkennen we ons, in planten niet.

We vinden planten geheimzinnig, we kunnen ze niet doorgronden. Toch zijn planten verbazingwekkend. Wist je dat één roggeplant 622 kilometer aan wortellengte heeft? En dat een volgroeide loofboom jaarlijks meer dan 10.000 kilogram suikers aanmaakt? Hoe indrukwekkend de plantenwereld is, zagen we ook ’s avonds in de film ‘Behind the Redwood Curtain’. We werden stil van dit verhaal over de Redwoodwouden in Californië. Die eeuwenoude woudreuzen, die volgens een andere tijdschaal leven, boezemen ontzag in. Het deed pijn om die mastodonten te zien vallen en de overgave waarmee activisten en ecologen voor het woud opkomen raakte ons. Maar tegelijk voelden we ergens ook wel begrip voor de werknemers-houthakkers, die hun werk uitvoeren om in hun levensonderhoud te voorzien, in de voetsporen van hun voorouders. Het leven is nooit zwart-wit.

 

Geen deel is essentieel

Het wonder dat alle leven op aarde mogelijk maakt is fotosynthese. Het is meteen ook het fundamentele verschil tussen planten en dieren. Planten maken hun eigen voeding, terwijl wij, dieren en mensen, rechtstreeks of onrechtstreeks van planten afhankelijk zijn. Zij kunnen zonder ons, wij zijn verloren zonder hen. We moeten ons wel verplaatsen om ons te voeden, dus hebben we compacte volumes. Bij planten is het anders: zij staan op een bepaalde plek en zetten daar in op het maximaliseren van hun oppervlakte, om zo veel mogelijk stralingsenergie op te vangen. Ze staan zo stil dat ze in de achtergrond lijken te verdwijnen. Onbeweeglijk, weerloos, kwetsbaar. Of toch niet?

Planten zijn minder kwetsbaar dan we denken. Ze zijn potentieel onsterfelijk, dat kunnen wij van onszelf niet zeggen. Planten behouden hun hele leven embryonaal weefsel, vanwaaruit ze nieuwe organen kunnen vormen. Een plant is nooit definitief afgebakend, geen deel is essentieel. Uit een tak kan een nieuwe boom groeien. Als je het zo bekijkt, is een plant niet echt een individu, maar eerder een collectief van samenwerkende cellen. Die plantencellen organiseren zich in een netwerkstructuur. Alle delen van de plant werken samen op voet van gelijkwaardigheid. Ze wisselen continu informatie uit. De intelligentie zit in de hele plant verspreid.

 

Dynamischer dan we ooit voor mogelijk hielden

We zijn geneigd te denken dat planten weerloos zijn en dat ze hun omgeving moeten ondergaan, maar dat is niet zo. Planten zijn veel dynamischer dan we ooit voor mogelijk hielden. ‘Ze hebben allemaal ADHD’, zegt Ullrich. En wat ze doen is verrassend doelgericht en probleemoplossend. Het valt ons niet op, want ze bewegen traag, ondergronds of op micrometerschaal. Hun wortels bijvoorbeeld zijn bijzonder actief. En of de huidmondjes open of dicht zijn, stuurt de plant continu bij afhankelijk van de omstandigheden.

Het onderzoek naar hoe planten informatie verwerken – dat nog vrij recent is – toont aan dat we de complexiteit, levendigheid en intelligentie van planten lang onderschat hebben.

De plant beschikt over een enorme hoeveelheid informatie. Er is communicatie en samenwerking op het diepste niveau tussen de cellen. Een plant is een hyperactief communicatief netwerk. Op basis van de beschikbare informatie maakt een plant een afweging, een keuze. Hij reageert flexibel en aangepast op invloeden uit zijn omgeving. Planten reageren niet allemaal hetzelfde. Ze vergissen zich wel eens. Ze leren uit ervaring. Ze communiceren met elkaar. Het onderzoek naar hoe planten informatie verwerken – dat nog vrij recent is – toont aan dat we de complexiteit, levendigheid en intelligentie van planten lang onderschat hebben. ‘Planten moeten niet voor ons onderdoen,’ zegt Ullrich. Het vegetale is geen minderwaardige vorm van leven.  

Dat inzicht roept een andere vraag op: hebben planten dan ook bewustzijn? Het is een delicate vraag die moeilijk te beantwoorden valt, want geen mens weet wat bewustzijn is. Wat we wel weten is dat ook planten in een wereld van betekenissen leven. Sommige elementen in de wereld rondom hen zijn gunstig voor hun voortbestaan, andere niet. Net als wij moeten planten zich daarin een weg zoeken. Volgens die kijk, ‘enactivism’ genoemd, hebben alle levende wezens bewustzijn. Meer kunnen we niet met zekerheid zeggen over het bewustzijn van planten, maar dat ze geen bewustzijn hebben is niet vanzelfsprekend, volgens Ullrich.

 

Op weg naar een plantenrevolutie en een plantenethiek

In de jaren ’70 liet Peter Singer met zijn boek ‘Animal Liberation’ de ordening van de wereld, de ‘ladder van het zijn’ met mensen boven dieren boven planten op zijn grondvesten daveren. Tot dan toe werden dieren vooral mechanistisch benaderd, maar dankzij Singer kwamen mens en dier op één trede te staan. Speelt er zich nu iets gelijkaardigs voor planten af? Maken we een plantenrevolutie mee? Is het binnenkort gedaan met onze ‘zoöarrogantie’ en zijn we op weg naar ‘zoönederigheid’? Volgens Ullrich Melle wijst alles daarop.

Dat planten complexe levende wezens zijn is ondertussen algemeen aanvaard. Toch bekijken we hen doorgaans enkel als een middel om onze doelen te realiseren. Hun inherente waarde erkennen we nauwelijks. Kunnen we zo wel verder? Als we erkennen dat planten intelligente levende wezens zijn die ook een vorm van bewustzijn hebben, dan kunnen we toch niet anders dan hen niet onnodig te kwetsen en te doden? Dan moeten we hen wel met aandacht en respect behandelen? Het laatste is hierover nog niet gezegd, we staan nog maar aan het begin van de plantenrevolutie.

Maken we een plantenrevolutie mee? Is het binnenkort gedaan met onze ‘zoöarrogantie’ en zijn we op weg naar ‘zoönederigheid’?

De eerste stappen in de richting van een plantenethiek zijn gezet. De waardigheid van alle levende wezens, inclusief de planten, is opgenomen in de Zwitserse grondwet. In 2008 maakte de Zwitserse ethische commissie dit concreter door te stellen dat we planten omwille van hun inherente waarde met terughoudendheid moeten behandelen. Een document uit Duitsland (‘Rheinauer Thesen zu Rechten von Pflanzen’), ook uit 2008, legt de fundamenten voor een plantenethiek. Het kent planten zes fundamentele rechten toe: het recht op voortplanting, het recht op zelfstandigheid, het recht op evolutie, het recht op het overleven van de eigen soort, het recht op niet-patenteren en het recht op respectvol onderzoek en ontwikkeling.

In de toekomst zullen we planten respecteren in hun eigenheid, zegt Ullrich. We hebben hen nodig voor voedsel en grondstoffen, maar hoe we nu met hen omgaan zal niet langer vanzelfsprekend zijn. Hij sloot af met een suggestie – met een knipoog – voor het thema van de zomerweek van volgend jaar: de schimmels. Daar valt blijkbaar ook veel over te vertellen.

 

Stilte en verbinding

De plant centraal zetten, het maakte indruk. Dat was te merken toen we er op een namiddag op uit trokken om materialen uit de natuur te verzamelen, in het kader van een ritueel van Joanna Macy, de Amerikaanse ecofilosofe die ons met ‘het werk dat weer verbindt’ aanmoedigt om stil te staan bij de chaos in de wereld en om een rol te spelen in de ommekeer.

Ik sloot me aan bij het groepje dat in stilte stammen, takken en bladeren verzamelde. Het viel op dat niemand levend materiaal verzamelde. Er was dan ook meer dan genoeg dood hout te vinden om met gevulde handen terug te keren. Met alle materialen uit de natuur bouwden we een kunstwerk naast het water. Dit werd een stilteplek om het leven te eren en los te laten. We droegen het op aan al het leven dat we moeten loslaten, en in het bijzonder aan Rom, Aardewerker die op dat moment stervende was.

Achteruit kijken en rouwen om wat verloren ging hoort nadrukkelijk bij het werk van Joanna Macy.

Verstilling was een rode draad die doorheen de week liep. De ene dag was er een avondmaaltijd in stilte, op een andere dag genoten we van een stille avondwandeling door het bos. We waren stil genoeg om bevers bij hun dammen te zien: prachtig.

Elke ochtend dansten we de Olmendans, een eenvoudige dans in een cirkel, ook een onderdeel van het werk van Joanna Macy. Oorspronkelijk was de dans bedoeld om verbondenheid uit te drukken met de mensen uit de regio rond Tsjernobyl. We kregen de dans aangeleerd van Jeanneke, oermoeder van Aardewerk, die helaas na enkele dagen ziek naar huis ging. Het was telkens een magisch moment onder de bomen. Het deuntje bleef hangen, de kinderen hebben het thuis nog een paar dagen geneuried.

De dans begon met enkele stappen achteruit, om daarna vooruit en naar het midden te gaan. Achteruit kijken en rouwen om wat verloren ging hoort nadrukkelijk bij het werk van Joanna Macy. Op een avond legden we symbolisch dingen uit de natuur neer om dat wat verloren gegaan is in de wereld te erkennen. Een krachtig ritueel. Vooraf bracht Hilde de monoloog ‘Beren met advocaten’, over de beren die de mensheid aanklagen. Ze lieten de kasboeken van de aarde aanvoeren, ‘geschreven in wolken en gletsjers en sedimenten en geteld in de kleuren van de zon en de maan’. Ons belastingsysteem bleek niet het enige ter wereld te zijn. Indrukwekkend.

Een mens gaat op zomerweek om met hoop terug thuis te komen, zo blijkt. Marleen las op haar verjaardag een gedicht van Havel voor, waarvan volgende zin me bijbleef: ‘Hoop is een kwaliteit van de ziel en hangt niet af van wat er in de wereld gebeurt’. De koekjes van hoop waarmee ze trakteerde waren snel op.

 

Door de ogen van een tienjarige

Voor de kinderen was het allesbehalve een stille week. Ik laat mijn dochter aan het woord:

“Deze zomerweek was anders dan alle andere vakanties. Ik was vrijer door de aanwezigheid van andere kinderen. Meestal lees ik heel veel op vakantie omdat ik niets anders te doen heb. Deze keer niet, ik speel hier veel meer (dat is een voordeel).

De kinderopvang was echt super! Caroline en Valerie waren heel vriendelijk. Ik ben gestopt met de Chiro omdat daar alleen maar spelletjes waren. Hier was het knutselen: bootjes, dammen, kampen, takken versieren, stenen versieren, een blotevoetenpad maken. Echt alles was leuk.

Het eten was ook lekker. Soms wat lekkerder dan andere momenten, maar het was lekker. Het was ook lief van Tine dat ze soms een schotel apart hield voor de kinderen.

Alle mensen waren lief. De bonte avond was goed georganiseerd. Wat wil je nog meer?

Helena”

Daar voeg ik graag aan toe dat de zomerweek in zijn geheel goed georganiseerd was. Dank u Karen, Steven, Niki, Jeanneke, Werner en Jelle.

 

Dierenrechten

In het midden van de week was het tijd om onze aandacht te verschuiven: van de planten naar de dieren. Onze eerste verkenning van de dierenwereld was een voormiddag met de twee sprekers, Ullrich Melle en Ton Lemaire, samen. Voor dierenrechten wordt al gestreden sinds de jaren ’60, de beginperiode van de ecologische beweging, legde Ullrich uit. We bekeken de posities van Peter Singer, auteur van ‘Animal Liberation’ (1975) en van Tom Regan, auteur van ‘The Case for Animal Rights’ (1983). Singer is een utilitarist. Hij vindt dierenwelzijn belangrijk, maar laat gebruik en verbruik van dieren wel toe, zij het onder strenge voorwaarden.

Regan is principiëler. Hij wil dieren rechten toekennen en pleit voor een compleet verbod op gebruik en verbruik van dieren. Hij trekt die lijn ver door en pleit voor abolitionisme: alle gedomesticeerde dieren laten uitsterven. Gedaan met veeteelt, gedaan met gezelschapsdieren. Ik had de indruk dat er niet veel draagvlak was voor deze radicale positie bij de Aardewerkers, ofwel was iedereen te verrast. We zijn die dieren zo gewoon ondertussen, dat we ze moeilijk kunnen wegdenken. Veel dieren zijn door 10.000 jaar domesticatie ook zodanig genetisch veranderd, dat vrijlaten in de natuur geen optie is. Aanvullend op Singer en Regan bekeken we onder andere de feministische dierenethiek, die ruimte laat voor een meer emotionele benadering.

Welke richting gaan we uit? De consensus groeit: enkel een welzijnsethiek is onvoldoende. De geesten evolueren in de radicale richting, ingegeven door de enorme innerlijke rijkdom en de complexiteit van het dierenleven.

Het is cruciaal om de dimensie van onze menselijke activiteit te zien, zeggen Ullrich en Ton. Omwille van ons zelfbehoud instrumentaliseren wij de dieren- en plantenwereld. We gaan te ver. De voedselketen is geen vrijbrief om te vernietigen.

Dit lokte een interessante gedachtewisseling uit. Als we het planten- en dierenleven meer gaan waarderen, wat doen we dan met invasieve exoten en met plaaginsecten? En dieren onderling gaan toch ook niet bepaald zachtaardig met elkaar om? Wat met de voedselketen? Het is cruciaal om de dimensie van onze menselijke activiteit te zien, zeggen Ullrich en Ton. Omwille van ons zelfbehoud instrumentaliseren wij de dieren- en plantenwereld. We gaan te ver. De voedselketen is geen vrijbrief om te vernietigen. Dat er altijd een spanning zal zijn tussen ecologie en ethiek moeten we aanvaarden, zegt Ullrich. Een leedvrije wereld bestaat niet. We kunnen ethiek en ecologie niet in hun algemeenheid verzoenen. Je kunt van een wezen houden en het toch doden.

 

Dieren werden lange tijd serieus genomen

De volgende twee voormiddagen – de laatste lezingen – bekeken we de dierenwereld vanuit een breder perspectief, samen met Ton Lemaire, antropoloog en filosoof, en schrijver van het boek ‘Onder dieren – Voor een diervriendelijker wereld’ uit 2017. Ton leeft afgelegen in Frankrijk en houdt daar een hond, kippen en bijen. In de abolitionistische visie kan hij zich dus niet vinden. De geschiedenis van 10.000 jaar domesticatie wil hij niet tenietdoen. Integendeel, dieren brengen rijkdom in ons leven, zegt Ton.

Opnieuw maken we een reis door de tijd, naar pakweg 20.000 jaar geleden. Toen maakten jager-verzamelaars in grotten, zoals in Lascaux, indrukwekkende afbeeldingen, vooral van dieren. Dieren betekenden veel voor hen: ze waren een deel van hun voedsel en ze hadden een spirituele betekenis. De mensen waren toen nog in de minderheid in een wereld vol dieren. De jacht was emotioneel, wisselvallig en gevaarlijk. Eigenlijk was het een pre-wetenschappelijke dierenstudie, waarin ze zich voortdurend vergeleken met de dieren. Die omgang met dieren droeg bij aan de vroege ontwikkeling van ons menselijke bewustzijn. Ook later, bij de Grieken en de Romeinen, speelden dieren nog steeds een grote rol: mensen brachten dierenoffers, ze deden aan vogelwichelarij. We hebben dieren dus tijdens een groot deel van onze geschiedenis serieus genomen, ook in spirituele zin.

Hoe we ons gedragen tegenover dieren kwam onder hoogspanning te staan sinds Darwin met zijn evolutietheorie wees op de eenheid van alle leven. We weten het nu: we zijn een geëvolueerde primaat en geen gevallen engel.

Het was het jodendom dat brak met elke verering van het dier. De joodse godsdienst introduceerde het monotheïsme en het antropocentrisme. Hun God stond – als eerste – buiten de natuur en in de wereld zelf was er niets meer heilig. Jahweh schiep de mens naar zijn gelijkenis, en die mens moest heersen over de dieren. De joodse godsdienst was de eerste waarin de mens volstrekt centraal kwam te staan. Toen werd de mens ‘het dier dat geen dier meer wilde zijn’. Ons neerkijken op dieren is geworteld in de joods-christelijke traditie.

 

Het dierenproletariaat

‘Heersen over de dieren’ doen we ondertussen op industriële schaal. Miljarden koeien, kippen, varkens, geiten en andere dieren worden in kleine ruimtes opgesloten, geïnstrumentaliseerd als anonieme massa, verdingelijkt. Het is het ‘dierenproletariaat’, dat we uitbuiten met oog op maximale winst. Een normaal sociaal leven gunnen we hen niet, hun treurige bestaan eindigt in het abattoir. Het is een schandvlek in onze maatschappij, waarover we liever niet te veel weten. Steek het weg achter de coulissen, we verbloemen het wel met beelden van blije varkentjes.

Maar we instrumentaliseren niet alle dieren. Sommige dieren, zoals onze katten en honden, beschouwen we als gezinsleden. We vertroetelen en vermenselijken hen. Het is de elite onder de dieren. We geven hen het vlees van het dierenproletariaat te eten. Onze houding ten opzichte van dieren is dus dubbel, er treedt cognitieve dissonantie op.

Hoe we ons gedragen tegenover dieren kwam onder hoogspanning te staan sinds Darwin met zijn evolutietheorie wees op de eenheid van alle leven. We weten het nu: we zijn een geëvolueerde primaat en geen gevallen engel. De menselijke uitzonderingspositie staat op losse schroeven. Eigenlijk kunnen we spreken over ‘de mens en andere dieren’, al lukt dat mij vaak niet in deze tekst. We zijn het zo gewend om de mens als een aparte categorie te zien, een trapje hoger in de zijnshiërarchie dan de dieren.

Dat beeld wankelt, nu het wetenschappelijk onderzoek naar dieren op volle toeren draait. Studies van het gedrag van dieren in het wild tonen keer op keer aan hoe complex het dierenleven is. Veel dieren hebben op zijn minst een aanzet tot empathie. De grens tussen mens en dier valt steeds moeilijker te trekken. De vraag wordt zo stilaan: zijn wij wel slim genoeg om te begrijpen hoe slim de andere dieren zijn?

Eigenlijk zijn wij, mensen, biologisch gezien gebrekkige wezens. We hebben veel zwakke kanten, we zijn instinct-arm. We zijn het niet-vastgestelde dier, veelzijdig, open en flexibel. Van die biologische zwakte hebben we onze sterkste troef gemaakt, zegt Ton. Doordat we onszelf voortdurend moesten uitvinden, hebben we cultuur ontwikkeld: werktuigen, taal, instituties.

 

Diervriendelijker

Sinds de publicatie van ‘Animal Liberation’ van Peter Singer, waar we het eerder tijdens deze zomerweek al over hadden, is de dierenrevolutie niet meer te stoppen. Onze kijk op dieren evolueert. In onze omgang met dieren zijn er tendenzen ten goede, maar het gaat langzaam. De weerstand is enorm, door de grote economische belangen en door de botsing met het eeuwenoude mensbeeld dat ons toeliet om dieren uit te buiten. Dierentuinen, stierenvechterij, dierproeven, recreatieve jacht: het zijn activiteiten die meer en meer worden gereguleerd, ingeperkt of die op zijn minst tegenwind ondervinden.

Ton Lemaire pleit voor landbouw en veeteelt op een totaal andere basis. Hij stelt voor om de traditionele landbouw en veeteelt te rehabiliteren. Niet omdat alles vroeger idyllisch was, maar de omgang met dieren was toen wel diervriendelijker dan nu. Opnieuw decentraliseren dus, bewust kiezen voor kleinschaligheid. Ton pleit niet voor veganisme of abolitionisme, wel voor vreedzaam en zorgzaam omgaan met dieren. Zelf oogst hij van de honing in zijn bijenkasten enkel het surplus, dat wat de bijen meer verzamelen dan ze nodig hebben. En zijn hond krijgt een klein stuk vlees, al eet Ton dat zelf bewust niet.

Er bestaat een ideaalbeeld van de ‘nobele wilde’, de ecologisch wijze jager-verzamelaar die in evenwicht leefde met zijn omgeving, een beeld waar sommigen graag naar teruggrijpen. Heeft die nobele wilde ooit bestaan of is het een mythe? Er zijn vraagtekens bij te plaatsen. In ieder geval zijn onze aantallen te groot om op die manier te gaan leven. We moeten wel verder met landbouw en veelteelt. Toch kunnen we iets leren van de jager-verzamelaars: ze inspireren ons om de eenvoud van het leven te waarderen en om ons betrokken te voelen bij de natuur.

Ton Lemaire pleit voor een verruiming van het humanisme: niet om de mens omlaag te trappen, wel om het dier beter te behandelen. Laat ons de dieren opnemen in onze morele kring, stelt hij voor. Humanimalisme, noemt hij dat.

Hoe zien we onze omgang met dieren in de toekomst? Lang geleden omvatte onze kring van morele betrokkenheid enkel onze eigen groep. Ondertussen hebben we hem uitgebreid tot de hele mensheid. Iedereen is onze naaste en de rechten van de mens zijn ons referentiekader. Maar de dieren? Die vallen erbuiten. Het humanisme stelt de mens centraal. Ton Lemaire pleit voor een verruiming van het humanisme: niet om de mens omlaag te trappen, wel om het dier beter te behandelen. Laat ons de dieren opnemen in onze morele kring, stelt hij voor. Humanimalisme, noemt hij dat, al geeft hij toe dat het woord een tongbreker is.

Het humanimalisme introduceren als nieuwe ethiek voor het antropoceen is in het belang van de dieren én van onszelf. We zijn erbij gebaat dat we onszelf beperken. Als we onze planeet verstandig willen beheren, doen we er goed aan om een kosmisch besef, een diepgaand gevoel van verbondenheid met alles, te ontwikkelen.

 

Bevreemdend

Terug thuis keek ik met andere ogen naar de eentonige maisvelden, de jonge koeien in de wei (melkmachines in spe), de velden met besproeide snijbloemen, de aangelegde tuinen, de vele verharding. Er zijn nauwelijks vierkante meters die niet door de mens worden aangeraakt. Heel het ons omringende landschap reflecteert onze verhouding tot dieren en planten, die gebaseerd is op uitbuiting. Het landschap voelde bevreemdender aan dan ooit.

Het ons omringende landschap reflecteert onze verhouding tot dieren en planten, die gebaseerd is op uitbuiting. Het landschap voelde bevreemdender aan dan ooit.

Dit is niet de manier waarop we verder kunnen. De zomerweek gaf me het gevoel dat er dingen aan het schuiven zijn gegaan, ook al waren we er maar met een zestigtal Aardewerkers. De nieuwe inzichten zullen geïntegreerd raken in ons handelen, al zal het zijn tijd vragen. Gelukkig stond het ‘onkruid’ in mijn tuin nog even hoog.

An Van Damme

Verschenen in de herfstnieuwsbrief 2019 van Aardewerk.
Meer over Aardewerk: www.aardewerk.be.

Ineos brengt onze toekomst in gevaar

Ineos brengt onze toekomst in gevaar

Tekst: Marleen Vaeremans

In januari 2019 kondigde Ineos een mega-investering aan in de Antwerpse haven. Het havenbedrijf spreekt van een ‘bijdrage aan een duurzame toekomst’, en Vlaanderen geeft het bedrijf blijkbaar ‘een warm welkom’. Ineos plant een ethaankraker en een propaandehydrogenatie fabriek die grondstoffen leveren voor o.a. wegwerpplastics.

Deze installaties zullen per jaar 0,8 tot 1,5 miljoen ton CO2 uitstoten. Ook andere petrochemische bedrijven willen uitbreiden. Een daling van de CO2 uitstoot met 55% tegen 2030 is nodig om de klimaatverandering te beperken. Dit project kan dan ook onmogelijk samengaan met de belofte om de mondiale opwarming te beperken tot minder dan 2°C. We worden verleid door een paar honderd jobs, terwijl deze installaties een ecologische catastrofe zullen teweegbrengen. Een echte transitie naar een levensondersteunende samenleving zou veel meer tewerkstelling en vooral een toekomst opleveren.

Ineos verscheept het schadelijke schaliegas van Houston en Pennsylvania naar Antwerpen en Zeebrugge. Schaliegas veroorzaakt per eenheid bruikbare energie 2,5 keer meer opwarming van de aarde dan steenkool. Schaliegas is het resultaat van “fracking”. Hierbij worden onder grote druk enorme hoeveelheden water, zand en giftige chemicaliën diep in de aarde gepompt waardoor het schaliegesteente breekt en het gas vrijkomt. De gevolgen voor de ondergrond en het drinkwater zijn niet te overzien, het productiewater is giftig afval, fracking veroorzaakt grondverzakkingen en aardbevingen, methaan (sterk broeikasgas) lekt weg tijdens productie en transport. Schaliegasbedrijven wentelen alle schade aan milieu- én volksgezondheid af op lokale leefgemeenschappen en natuur. Een verbod op de invoer van dit schandegas zou tegemoet komen aan het protest in de VS en toekomst geven aan onze planeet.

Schaliegas draagt bij aan exponentiële productie groei van goedkoop plastiek. Daardoor komt wegwerpplastiek massaal in zeeën en oceanen terecht en zorgt daar voor een ecologische ramp.  Zeedieren geraken erin verstrikt én eten plastiek op. Op termijn valt het uit mekaar in steeds kleinere deeltjes die via het dierlijk plankton in de voedselketens terecht komen. Plastiek breekt nooit volledig af. Uiteindelijk komt het ook op ons bord en in ons lichaam terecht…

Olie-en gasindustrie spenderen miljarden aan ‘bewustmaking, sensibilisering’ om burgers verantwoordelijk te maken voor de ecologische ramp die zij veroorzaken. Als recyclage goed zou gebeuren, zou er geen enkel probleem zijn met wegwerpverpakkingen, framen zij. Als de burger maar goed genoeg zijn best doet, kunnen zij verder gaan met iets te produceren wat ondertussen een complete ramp voor onze planeet aan het worden is. Zo schuift de olie-en gasindustrie de verantwoordelijkheid voor hun fout wegwerpbusinessmodel, waarbij producenten tegen spotprijzen miljoenen tonnen plastiek op de markt gooien, in onze schoenen. Dit levert hen veel winst op, ten koste van het leven op aarde.

Wegwerpplastics zijn zeker niet de enige oorzaak van plastiekvervuiling. De industrie zelf verliest microplastics, kleiner dan 5 mm, tijdens het productieproces, transport en opslag. Stranden nabij de grootste productie-eenheid van Ineos in het Schotland liggen vol van deze kleine bolvormige ‘nurdles’. Grote delen van de Engelse kust zijn er massaal mee vervuild. Bijkomende plastiek installaties zullen dit probleem ook bij ons, in de Schelde, aan onze kust en ver daarbuiten nog vergroten.

Jim Ratcliffe, een van de rijkste mensen van deze planeet en CEO van Ineos, slaagde er in de Britse en Schotse regering te overtuigen dat ze onafhankelijk moest worden van buitenlandse energievoorziening. Ze trokken hun eerdere verbod op fracking in en Ineos Shale kon beginnen boren. Een Brexit bepleiten betekende voor hem ontsnappen aan de strenge Europese milieuwetgeving. Dit jaar, nu de Brexit een feit wordt, heeft de Ineos groep zich gevestigd in Monaco om belastingen te ontwijken.

Ineos heeft ondertussen heel wat frackinginstallaties in England en Schotland. Plaatselijke overheden werden omgekocht om fracking toe te staan. Er zijn tal van rechtszaken lopende tegen Ineos door inbreuken op de milieuwetgeving, schade aan de natuur en volksgezondheid. In Schotland is één derde van alle luchtvervuiling en de grootste CO2-uitstoot toe te schrijven aan zijn bedrijven. Door de wielerploeg met het hoogste budget ter wereld, Sky, te kopen probeert Jim Ratcliffe zijn kwalijk imago op te poetsen. Hij doopte de ploeg om naar ‘Team Ineos’ dat dit jaar de eerste en de tweede plaats haalde in de Ronde van Frankijk.

Willen we als samenleving op deze manier omgekocht en behandeld worden? Blijft Vlaanderen actief fossiele industrie aantrekken? Welke producten zijn nog mogelijk in een CO2-neutrale toekomst waarin we respectvol omgaan met levende ecosystemen? Hoe houden we bij al deze keuzes ook rekening met rechtvaardigheid? Heel wat vragen voor de toekomstige regering die tot nu toe niet uitblonk door een duurzame toekomstvisie. De Antwerpse haven is nu al een plek met veel CO2 uitstoot en luchtvervuiling. Petrochemische installaties die we vandaag plannen blijven produceren tot 2060-2070. We moeten NU beginnen aan een kringloopeconomie die rekening houdt met de grenzen van onze planeet.

Begin augustus vroeg Ineos een vergunning aan voor het kappen van 50 hectare bos langs de Schelde in Lillo ter voorbereiding van deze bijkomende installaties. Het verder aantasten van ons bomenareaal is onaanvaardbaar. Niet alleen omdat ze CO2 opslaan, maar voor hun intrinsieke waarde als complexe levende wezens én de nood aan groene ruimte voor alle leven, mens incluis. Een nieuwe burgerbeweging ‘Antwerpen Schaliegasvrij’ stelde in samenwerking met ClientEarth, een groep juristen en experten die de rechten van onze planeet verdedigen, een bezwaarschrift op dat door bijna alle Vlaamse milieuorganisaties werd ondertekend. ‘Antwerpen Schaliegasvrij’ wil de Antwerpse haven bevrijden van schaliegas. Tijdens de tijdrit van de Ronde van Frankrijk organiseerden ze samen met de groep ‘Stop Ineos’ protestacties. ‘Stop Ineos’ stelde een Engelstalig bezwaar op dat door tal van internationale milieuorganisaties werd ondertekend. Het is duidelijk dat de plannen van de industrie botsen op burgers die bezorgd zijn over de toekomst en een leefbare planeet.

Ik zou graag besluiten met een citaat van Dennis Meadows van de Club van Rome en wetenschappelijk medewerker aan “Limits to the growth” uit 1972. “Ofwel stoppen wij de groei, ofwel stopt de aarde de groei”. Deze pijnlijke realiteit is het vertrekpunt voor het stoppen met de “business as usual” logica van de industriële groeisamenleving.

De onbewoonbare aarde

De onbewoonbare aarde

Boekbespreking ‘De Onbewoonbare aarde’, van David Wallace-Wells. 

Bij deze temperaturen zal hopelijk iedereen er van overtuigd geraken dat de aarde aan het opwarmen is. Toch zijn er nog steeds mensen die de opwarming van de aarde onderschatten of zelfs niet willen zien of de oorzaken ervan zeker niet willen toeschrijven aan menselijke activiteiten. Voor deze mensen is het boek van David Wallace-Wells een “aanrader”.

In “De onbewoonbare aarde” brengt David Wallace-Wells de laatste wetenschappelijke inzichten samen tot een schokkende aanklacht.  Wallace-Wells luidt de alarmklok en vertelt ons alles wat we niet willen maar wel moeten weten over klimaatverandering. Als we onze aanpak van dit probleem en onze manier van leven niet snel veranderen, zullen delen van de aarde door desastreuze ontwikkelingen in de nabije toekomst onbewoonbaar worden. Vandaar de titel.

Dit boek gaat hoofdzakelijk over de gevolgen van de klimaatopwarming.

Zelfs het meest optimistische scenario ziet er nog heel slecht uit. Met dit boek wil de auteur een alarmistisch signaal geven. Daarvoor gaat hij uit van het meest extreme scenario van een opwarming met 6°C. De gevolgen zijn desastreus en niet voor binnen 100 jaar maar voor binnen 20-30 jaar, dus voor de huidige jonge generatie.

Wallace is geen wetenschapper maar journalist en dat is ook merkbaar in het boek: geen grafieken en tabellen. Maar toch is het rijk aan veel cijfers en feitelijke gegevens. Zijn strategie is om feiten te verzamelen waar geen discussie over bestaat en die mensen zullen wakker schudden  En dat maakt het tot een gitzwart boek. Althans tot blz 172, maar van dan af wordt het zelfs een hoopgevend boek. Daarvoor verwijst hij naar de 70% energie die momenteel bij energie-opwekking verloren gaat waarmee veel meer kan gebeuren. Hij berekende ook dat het klimaatprobleem voor de helft zou opgelost zijn als de ecologische voetafdruk van de gemiddelde Amerikaan zou zakken naar die van de gemiddelde Europeaan.

Het boek is geen filosofische analyse al doet het natuurlijk wel nadenken. Het neo-liberalisme krijgt er serieus van langs. De vrije markt zal het klimaatprobleem volgens Wallace niet oplossen. Filosofisch wordt hij zeker door te stellen dat het onze overlevingsdrang is die een mix aan maatregelen zal doen ontstaan.

Een vraag die menig lezer stelt bij het bij dit boek is of dit soort lectuur wel de goede politiek is. Als je mensen te bang maakt, komen ze gemakkelijk in een defaitisme terecht. Het gevaar bestaat dat mensen hopeloos worden, verlamd geraken of zelfs apathisch worden en niks meer doen. Nu, dat is zeker niet de bedoeling van de auteur. Maar wel maakt hij overduidelijk dat we zeker niet langer op deze manier verder leven. Het moet zeker anders, misschien ook beter en gezonder … .

De kracht van het boek zit hem erin dat de schrijver probeert angst aan te jagen met iets om er voor te zorgen dat het er inderdaad niet zal komen. En daar kunnen we voor zorgen.  Anders had hij dit boek immers niet geschreven.

Veel leesgenot,

Ludo Keppens