Terugblik op de zomerweek van Aardewerk

Terugblik op de zomerweek van Aardewerk

Klimaan was goed vertegenwoordigd op de zomerweek van Aardewerk. Steven, Marleen, Tris, Mia en ik waren erbij. ‘De mens voorbij: onder planten en dieren’ was het thema waarin sprekers Ullrich Melle en Ton Lemaire ons meenamen. Aardewerk pleit voor fundamentele sociaal-ecologische verandering en organiseert naast de zomerweek ook de opleiding ‘Ecologische filosofie en politiek’ in Mechelen.

Leestijd: 10 minuten.

Idyllisch en vol leven. De omgeving van het Molenhuis in Bérismenil waar de zomerweek van Aardewerk plaatsvond is een mooie plek om tot rust te komen. Even naar de tent? Dan wandel je via de brug over het riviertje, onder de bomen door, naar het weilandje. Voor je voeten zie je muisjes in hun holletjes verdwijnen en sprinkhanen wegspringen. En kijk eens in het water. In de vijver zitten kikkers en in de Belle Meuse rivierkreeftjes. Het is een prachtige plek in het groen, waar het makkelijk is om je verbonden te voelen met alle leven.

Alle leven? ‘Plantenblindheid! U schrijft over de mensen en de dieren, alsof zij de hoofdrol spelen tegen een groen gekleurde achtergrond. U ziet de planten als een groen decor.’ Hoor ik daar Ullrich Melle? Inderdaad, ik betrap mezelf hier op een zoöcentrische bril.

Die bril eens een week afzetten, en voorbij de mens denken, dat deden we tijdens de zomerweek. Met een zestigtal mensen, volwassenen en kinderen, trokken we in augustus naar Bérismenil in de Ardennen. Kamperen of in het huis overnachten, het was vrij te kiezen. Op het programma: ’s morgens een lezing, de namiddagen zelf in te vullen en ’s avonds een luchtigere groepsactiviteit.

Het was de eerste keer dat ik meeging op zomerweek. Mijn twee kinderen zagen het ook zitten. We lieten de papa thuis, namen een dorpsgenote mee en reden gepakt en gezakt naar Bérismenil, waar we onze tent opzetten op een prachtig weilandje naast het water.

 

Een droogstoppel die het over liefde heeft

Op de eerste avond heeft Ullrich Melle alles al gezegd. ‘De radicale ecologie pleit voor een andere verhouding van de mens tot de niet-menselijke natuur.’ En even later: ‘Dan mag u nu naar huis gaan’. Toch wel een aparte vorm van humor, van deze milieufilosoof en professor emeritus van de K.U.Leuven.  

Onze planetaire problemen vragen om een radicale verschuiving in onze gevoelens over ‘onze’ plaats in de rest van de natuur, zegt Christopher Stone.

Gelukkig volgde er nog een verhaal over een droogstoppel en de liefde. In 1972 schreef Christopher Stone – een jurist, dus moet het wel een droogstoppel zijn – het boek ‘Should trees have standing?’, waarin hij er vrij serieus voor pleit om juridische rechten toe te kennen aan natuurlijke objecten, zoals bossen, rivieren en oceanen. Onze planetaire problemen vragen om een radicale verschuiving in onze gevoelens over ‘onze’ plaats in de rest van de natuur, zegt hij. Om het sterk uit te drukken: we moeten ons vermogen om lief te hebben ontwikkelen. Of, zachter uitgedrukt: ons meer bewust zijn van de samenhang in de natuur. Het is pure Aardewerk-filosofie, zo pleiten voor een radicaal andere relatie tot de natuur.

Twee foto’s bekeken we nog, meer was er niet nodig om ons met de neus op de feiten te drukken: we voelen ons onwennig in onze relatie tot dieren. En dan hebben we het nog niet over de planten gehad, hen zien we vaak niet eens staan. De toon was gezet.

 

Fytoceen en antropoceen

We bleven nog wat langer, en lieten ons twee voormiddagen door Ullrich Melle op sleeptouw nemen doorheen de plantenwereld. Onze eerste opdracht: alles in perspectief plaatsen. De aarde bestaat 4,6 miljard jaar, heeft nog 7 miljard jaar voor de boeg en wij doen, ocharme, nog maar 10.000 jaar aan landbouw en veeteelt. We vinden onszelf belangrijk en we realiseren ons niet dat 99 procent van alle biomassa plantaardig is. Niks antropoceen, zegt Ullrich, we leven al 400 miljoen jaar in het ‘fytoceen’, het tijdperk van de planten. Het zijn de planten die, samen met schimmels en micro-organismen, het andere leven mogelijk maken.

Of toch, het antropoceen? De mens is lang insignificant geweest, maar sinds het midden van de vorige eeuw heeft de mensheid zowat elk onderdeel van de biosfeer beïnvloed en veranderd. De wereld zoals we die kennen is voorbij, ook al beseffen we het nog niet. We staan aan de rand van epische veranderingen. Wij, de industriële mensheid, hebben ons op hetzelfde niveau geplaatst als de grote aardse krachten. En de aarde reageert met oncontroleerbare veranderingen.

Planten zullen de wereld redden, zegt Ullrich Melle, want als zij het niet doen, wie dan wel? Planten hebben al vaker in de geschiedenis van de aarde het leven gered na extinctiegolven.

Ondertussen namen de kinderen buiten hun taak als geologisch agens ernstig. Er werd meer dan één steen verlegd en plots lagen er dammen in de rivier. De loop van de Belle Meuse zal nooit meer dezelfde zijn.

Wie zal de wereld redden? Planten zullen de wereld redden, zegt Ullrich, want als zij het niet doen, wie dan wel? Planten hebben al vaker in de geschiedenis van de aarde het leven gered na extinctiegolven. Planten houden ons in leven. 

 

Een andere tijdschaal

Laat ons dan toch maar eens beter naar die planten kijken. Biologisch gezien zijn we familie van elkaar, want we stammen allemaal af van een prokaryotische cel. Hoe kan het dat we onze familie zo uit het oog verliezen, dat we hen zo gemakkelijk tot ‘groen tapijt’ reduceren? Het antwoord is eenvoudig: omdat planten traag zijn. Je ziet ze niet groeien. Ze laten zich niet betrappen op hun vitaliteit. In dieren herkennen we ons, in planten niet.

We vinden planten geheimzinnig, we kunnen ze niet doorgronden. Toch zijn planten verbazingwekkend. Wist je dat één roggeplant 622 kilometer aan wortellengte heeft? En dat een volgroeide loofboom jaarlijks meer dan 10.000 kilogram suikers aanmaakt? Hoe indrukwekkend de plantenwereld is, zagen we ook ’s avonds in de film ‘Behind the Redwood Curtain’. We werden stil van dit verhaal over de Redwoodwouden in Californië. Die eeuwenoude woudreuzen, die volgens een andere tijdschaal leven, boezemen ontzag in. Het deed pijn om die mastodonten te zien vallen en de overgave waarmee activisten en ecologen voor het woud opkomen raakte ons. Maar tegelijk voelden we ergens ook wel begrip voor de werknemers-houthakkers, die hun werk uitvoeren om in hun levensonderhoud te voorzien, in de voetsporen van hun voorouders. Het leven is nooit zwart-wit.

 

Geen deel is essentieel

Het wonder dat alle leven op aarde mogelijk maakt is fotosynthese. Het is meteen ook het fundamentele verschil tussen planten en dieren. Planten maken hun eigen voeding, terwijl wij, dieren en mensen, rechtstreeks of onrechtstreeks van planten afhankelijk zijn. Zij kunnen zonder ons, wij zijn verloren zonder hen. We moeten ons wel verplaatsen om ons te voeden, dus hebben we compacte volumes. Bij planten is het anders: zij staan op een bepaalde plek en zetten daar in op het maximaliseren van hun oppervlakte, om zo veel mogelijk stralingsenergie op te vangen. Ze staan zo stil dat ze in de achtergrond lijken te verdwijnen. Onbeweeglijk, weerloos, kwetsbaar. Of toch niet?

Planten zijn minder kwetsbaar dan we denken. Ze zijn potentieel onsterfelijk, dat kunnen wij van onszelf niet zeggen. Planten behouden hun hele leven embryonaal weefsel, vanwaaruit ze nieuwe organen kunnen vormen. Een plant is nooit definitief afgebakend, geen deel is essentieel. Uit een tak kan een nieuwe boom groeien. Als je het zo bekijkt, is een plant niet echt een individu, maar eerder een collectief van samenwerkende cellen. Die plantencellen organiseren zich in een netwerkstructuur. Alle delen van de plant werken samen op voet van gelijkwaardigheid. Ze wisselen continu informatie uit. De intelligentie zit in de hele plant verspreid.

 

Dynamischer dan we ooit voor mogelijk hielden

We zijn geneigd te denken dat planten weerloos zijn en dat ze hun omgeving moeten ondergaan, maar dat is niet zo. Planten zijn veel dynamischer dan we ooit voor mogelijk hielden. ‘Ze hebben allemaal ADHD’, zegt Ullrich. En wat ze doen is verrassend doelgericht en probleemoplossend. Het valt ons niet op, want ze bewegen traag, ondergronds of op micrometerschaal. Hun wortels bijvoorbeeld zijn bijzonder actief. En of de huidmondjes open of dicht zijn, stuurt de plant continu bij afhankelijk van de omstandigheden.

Het onderzoek naar hoe planten informatie verwerken – dat nog vrij recent is – toont aan dat we de complexiteit, levendigheid en intelligentie van planten lang onderschat hebben.

De plant beschikt over een enorme hoeveelheid informatie. Er is communicatie en samenwerking op het diepste niveau tussen de cellen. Een plant is een hyperactief communicatief netwerk. Op basis van de beschikbare informatie maakt een plant een afweging, een keuze. Hij reageert flexibel en aangepast op invloeden uit zijn omgeving. Planten reageren niet allemaal hetzelfde. Ze vergissen zich wel eens. Ze leren uit ervaring. Ze communiceren met elkaar. Het onderzoek naar hoe planten informatie verwerken – dat nog vrij recent is – toont aan dat we de complexiteit, levendigheid en intelligentie van planten lang onderschat hebben. ‘Planten moeten niet voor ons onderdoen,’ zegt Ullrich. Het vegetale is geen minderwaardige vorm van leven.  

Dat inzicht roept een andere vraag op: hebben planten dan ook bewustzijn? Het is een delicate vraag die moeilijk te beantwoorden valt, want geen mens weet wat bewustzijn is. Wat we wel weten is dat ook planten in een wereld van betekenissen leven. Sommige elementen in de wereld rondom hen zijn gunstig voor hun voortbestaan, andere niet. Net als wij moeten planten zich daarin een weg zoeken. Volgens die kijk, ‘enactivism’ genoemd, hebben alle levende wezens bewustzijn. Meer kunnen we niet met zekerheid zeggen over het bewustzijn van planten, maar dat ze geen bewustzijn hebben is niet vanzelfsprekend, volgens Ullrich.

 

Op weg naar een plantenrevolutie en een plantenethiek

In de jaren ’70 liet Peter Singer met zijn boek ‘Animal Liberation’ de ordening van de wereld, de ‘ladder van het zijn’ met mensen boven dieren boven planten op zijn grondvesten daveren. Tot dan toe werden dieren vooral mechanistisch benaderd, maar dankzij Singer kwamen mens en dier op één trede te staan. Speelt er zich nu iets gelijkaardigs voor planten af? Maken we een plantenrevolutie mee? Is het binnenkort gedaan met onze ‘zoöarrogantie’ en zijn we op weg naar ‘zoönederigheid’? Volgens Ullrich Melle wijst alles daarop.

Dat planten complexe levende wezens zijn is ondertussen algemeen aanvaard. Toch bekijken we hen doorgaans enkel als een middel om onze doelen te realiseren. Hun inherente waarde erkennen we nauwelijks. Kunnen we zo wel verder? Als we erkennen dat planten intelligente levende wezens zijn die ook een vorm van bewustzijn hebben, dan kunnen we toch niet anders dan hen niet onnodig te kwetsen en te doden? Dan moeten we hen wel met aandacht en respect behandelen? Het laatste is hierover nog niet gezegd, we staan nog maar aan het begin van de plantenrevolutie.

Maken we een plantenrevolutie mee? Is het binnenkort gedaan met onze ‘zoöarrogantie’ en zijn we op weg naar ‘zoönederigheid’?

De eerste stappen in de richting van een plantenethiek zijn gezet. De waardigheid van alle levende wezens, inclusief de planten, is opgenomen in de Zwitserse grondwet. In 2008 maakte de Zwitserse ethische commissie dit concreter door te stellen dat we planten omwille van hun inherente waarde met terughoudendheid moeten behandelen. Een document uit Duitsland (‘Rheinauer Thesen zu Rechten von Pflanzen’), ook uit 2008, legt de fundamenten voor een plantenethiek. Het kent planten zes fundamentele rechten toe: het recht op voortplanting, het recht op zelfstandigheid, het recht op evolutie, het recht op het overleven van de eigen soort, het recht op niet-patenteren en het recht op respectvol onderzoek en ontwikkeling.

In de toekomst zullen we planten respecteren in hun eigenheid, zegt Ullrich. We hebben hen nodig voor voedsel en grondstoffen, maar hoe we nu met hen omgaan zal niet langer vanzelfsprekend zijn. Hij sloot af met een suggestie – met een knipoog – voor het thema van de zomerweek van volgend jaar: de schimmels. Daar valt blijkbaar ook veel over te vertellen.

 

Stilte en verbinding

De plant centraal zetten, het maakte indruk. Dat was te merken toen we er op een namiddag op uit trokken om materialen uit de natuur te verzamelen, in het kader van een ritueel van Joanna Macy, de Amerikaanse ecofilosofe die ons met ‘het werk dat weer verbindt’ aanmoedigt om stil te staan bij de chaos in de wereld en om een rol te spelen in de ommekeer.

Ik sloot me aan bij het groepje dat in stilte stammen, takken en bladeren verzamelde. Het viel op dat niemand levend materiaal verzamelde. Er was dan ook meer dan genoeg dood hout te vinden om met gevulde handen terug te keren. Met alle materialen uit de natuur bouwden we een kunstwerk naast het water. Dit werd een stilteplek om het leven te eren en los te laten. We droegen het op aan al het leven dat we moeten loslaten, en in het bijzonder aan Rom, Aardewerker die op dat moment stervende was.

Achteruit kijken en rouwen om wat verloren ging hoort nadrukkelijk bij het werk van Joanna Macy.

Verstilling was een rode draad die doorheen de week liep. De ene dag was er een avondmaaltijd in stilte, op een andere dag genoten we van een stille avondwandeling door het bos. We waren stil genoeg om bevers bij hun dammen te zien: prachtig.

Elke ochtend dansten we de Olmendans, een eenvoudige dans in een cirkel, ook een onderdeel van het werk van Joanna Macy. Oorspronkelijk was de dans bedoeld om verbondenheid uit te drukken met de mensen uit de regio rond Tsjernobyl. We kregen de dans aangeleerd van Jeanneke, oermoeder van Aardewerk, die helaas na enkele dagen ziek naar huis ging. Het was telkens een magisch moment onder de bomen. Het deuntje bleef hangen, de kinderen hebben het thuis nog een paar dagen geneuried.

De dans begon met enkele stappen achteruit, om daarna vooruit en naar het midden te gaan. Achteruit kijken en rouwen om wat verloren ging hoort nadrukkelijk bij het werk van Joanna Macy. Op een avond legden we symbolisch dingen uit de natuur neer om dat wat verloren gegaan is in de wereld te erkennen. Een krachtig ritueel. Vooraf bracht Hilde de monoloog ‘Beren met advocaten’, over de beren die de mensheid aanklagen. Ze lieten de kasboeken van de aarde aanvoeren, ‘geschreven in wolken en gletsjers en sedimenten en geteld in de kleuren van de zon en de maan’. Ons belastingsysteem bleek niet het enige ter wereld te zijn. Indrukwekkend.

Een mens gaat op zomerweek om met hoop terug thuis te komen, zo blijkt. Marleen las op haar verjaardag een gedicht van Havel voor, waarvan volgende zin me bijbleef: ‘Hoop is een kwaliteit van de ziel en hangt niet af van wat er in de wereld gebeurt’. De koekjes van hoop waarmee ze trakteerde waren snel op.

 

Door de ogen van een tienjarige

Voor de kinderen was het allesbehalve een stille week. Ik laat mijn dochter aan het woord:

“Deze zomerweek was anders dan alle andere vakanties. Ik was vrijer door de aanwezigheid van andere kinderen. Meestal lees ik heel veel op vakantie omdat ik niets anders te doen heb. Deze keer niet, ik speel hier veel meer (dat is een voordeel).

De kinderopvang was echt super! Caroline en Valerie waren heel vriendelijk. Ik ben gestopt met de Chiro omdat daar alleen maar spelletjes waren. Hier was het knutselen: bootjes, dammen, kampen, takken versieren, stenen versieren, een blotevoetenpad maken. Echt alles was leuk.

Het eten was ook lekker. Soms wat lekkerder dan andere momenten, maar het was lekker. Het was ook lief van Tine dat ze soms een schotel apart hield voor de kinderen.

Alle mensen waren lief. De bonte avond was goed georganiseerd. Wat wil je nog meer?

Helena”

Daar voeg ik graag aan toe dat de zomerweek in zijn geheel goed georganiseerd was. Dank u Karen, Steven, Niki, Jeanneke, Werner en Jelle.

 

Dierenrechten

In het midden van de week was het tijd om onze aandacht te verschuiven: van de planten naar de dieren. Onze eerste verkenning van de dierenwereld was een voormiddag met de twee sprekers, Ullrich Melle en Ton Lemaire, samen. Voor dierenrechten wordt al gestreden sinds de jaren ’60, de beginperiode van de ecologische beweging, legde Ullrich uit. We bekeken de posities van Peter Singer, auteur van ‘Animal Liberation’ (1975) en van Tom Regan, auteur van ‘The Case for Animal Rights’ (1983). Singer is een utilitarist. Hij vindt dierenwelzijn belangrijk, maar laat gebruik en verbruik van dieren wel toe, zij het onder strenge voorwaarden.

Regan is principiëler. Hij wil dieren rechten toekennen en pleit voor een compleet verbod op gebruik en verbruik van dieren. Hij trekt die lijn ver door en pleit voor abolitionisme: alle gedomesticeerde dieren laten uitsterven. Gedaan met veeteelt, gedaan met gezelschapsdieren. Ik had de indruk dat er niet veel draagvlak was voor deze radicale positie bij de Aardewerkers, ofwel was iedereen te verrast. We zijn die dieren zo gewoon ondertussen, dat we ze moeilijk kunnen wegdenken. Veel dieren zijn door 10.000 jaar domesticatie ook zodanig genetisch veranderd, dat vrijlaten in de natuur geen optie is. Aanvullend op Singer en Regan bekeken we onder andere de feministische dierenethiek, die ruimte laat voor een meer emotionele benadering.

Welke richting gaan we uit? De consensus groeit: enkel een welzijnsethiek is onvoldoende. De geesten evolueren in de radicale richting, ingegeven door de enorme innerlijke rijkdom en de complexiteit van het dierenleven.

Het is cruciaal om de dimensie van onze menselijke activiteit te zien, zeggen Ullrich en Ton. Omwille van ons zelfbehoud instrumentaliseren wij de dieren- en plantenwereld. We gaan te ver. De voedselketen is geen vrijbrief om te vernietigen.

Dit lokte een interessante gedachtewisseling uit. Als we het planten- en dierenleven meer gaan waarderen, wat doen we dan met invasieve exoten en met plaaginsecten? En dieren onderling gaan toch ook niet bepaald zachtaardig met elkaar om? Wat met de voedselketen? Het is cruciaal om de dimensie van onze menselijke activiteit te zien, zeggen Ullrich en Ton. Omwille van ons zelfbehoud instrumentaliseren wij de dieren- en plantenwereld. We gaan te ver. De voedselketen is geen vrijbrief om te vernietigen. Dat er altijd een spanning zal zijn tussen ecologie en ethiek moeten we aanvaarden, zegt Ullrich. Een leedvrije wereld bestaat niet. We kunnen ethiek en ecologie niet in hun algemeenheid verzoenen. Je kunt van een wezen houden en het toch doden.

 

Dieren werden lange tijd serieus genomen

De volgende twee voormiddagen – de laatste lezingen – bekeken we de dierenwereld vanuit een breder perspectief, samen met Ton Lemaire, antropoloog en filosoof, en schrijver van het boek ‘Onder dieren – Voor een diervriendelijker wereld’ uit 2017. Ton leeft afgelegen in Frankrijk en houdt daar een hond, kippen en bijen. In de abolitionistische visie kan hij zich dus niet vinden. De geschiedenis van 10.000 jaar domesticatie wil hij niet tenietdoen. Integendeel, dieren brengen rijkdom in ons leven, zegt Ton.

Opnieuw maken we een reis door de tijd, naar pakweg 20.000 jaar geleden. Toen maakten jager-verzamelaars in grotten, zoals in Lascaux, indrukwekkende afbeeldingen, vooral van dieren. Dieren betekenden veel voor hen: ze waren een deel van hun voedsel en ze hadden een spirituele betekenis. De mensen waren toen nog in de minderheid in een wereld vol dieren. De jacht was emotioneel, wisselvallig en gevaarlijk. Eigenlijk was het een pre-wetenschappelijke dierenstudie, waarin ze zich voortdurend vergeleken met de dieren. Die omgang met dieren droeg bij aan de vroege ontwikkeling van ons menselijke bewustzijn. Ook later, bij de Grieken en de Romeinen, speelden dieren nog steeds een grote rol: mensen brachten dierenoffers, ze deden aan vogelwichelarij. We hebben dieren dus tijdens een groot deel van onze geschiedenis serieus genomen, ook in spirituele zin.

Hoe we ons gedragen tegenover dieren kwam onder hoogspanning te staan sinds Darwin met zijn evolutietheorie wees op de eenheid van alle leven. We weten het nu: we zijn een geëvolueerde primaat en geen gevallen engel.

Het was het jodendom dat brak met elke verering van het dier. De joodse godsdienst introduceerde het monotheïsme en het antropocentrisme. Hun God stond – als eerste – buiten de natuur en in de wereld zelf was er niets meer heilig. Jahweh schiep de mens naar zijn gelijkenis, en die mens moest heersen over de dieren. De joodse godsdienst was de eerste waarin de mens volstrekt centraal kwam te staan. Toen werd de mens ‘het dier dat geen dier meer wilde zijn’. Ons neerkijken op dieren is geworteld in de joods-christelijke traditie.

 

Het dierenproletariaat

‘Heersen over de dieren’ doen we ondertussen op industriële schaal. Miljarden koeien, kippen, varkens, geiten en andere dieren worden in kleine ruimtes opgesloten, geïnstrumentaliseerd als anonieme massa, verdingelijkt. Het is het ‘dierenproletariaat’, dat we uitbuiten met oog op maximale winst. Een normaal sociaal leven gunnen we hen niet, hun treurige bestaan eindigt in het abattoir. Het is een schandvlek in onze maatschappij, waarover we liever niet te veel weten. Steek het weg achter de coulissen, we verbloemen het wel met beelden van blije varkentjes.

Maar we instrumentaliseren niet alle dieren. Sommige dieren, zoals onze katten en honden, beschouwen we als gezinsleden. We vertroetelen en vermenselijken hen. Het is de elite onder de dieren. We geven hen het vlees van het dierenproletariaat te eten. Onze houding ten opzichte van dieren is dus dubbel, er treedt cognitieve dissonantie op.

Hoe we ons gedragen tegenover dieren kwam onder hoogspanning te staan sinds Darwin met zijn evolutietheorie wees op de eenheid van alle leven. We weten het nu: we zijn een geëvolueerde primaat en geen gevallen engel. De menselijke uitzonderingspositie staat op losse schroeven. Eigenlijk kunnen we spreken over ‘de mens en andere dieren’, al lukt dat mij vaak niet in deze tekst. We zijn het zo gewend om de mens als een aparte categorie te zien, een trapje hoger in de zijnshiërarchie dan de dieren.

Dat beeld wankelt, nu het wetenschappelijk onderzoek naar dieren op volle toeren draait. Studies van het gedrag van dieren in het wild tonen keer op keer aan hoe complex het dierenleven is. Veel dieren hebben op zijn minst een aanzet tot empathie. De grens tussen mens en dier valt steeds moeilijker te trekken. De vraag wordt zo stilaan: zijn wij wel slim genoeg om te begrijpen hoe slim de andere dieren zijn?

Eigenlijk zijn wij, mensen, biologisch gezien gebrekkige wezens. We hebben veel zwakke kanten, we zijn instinct-arm. We zijn het niet-vastgestelde dier, veelzijdig, open en flexibel. Van die biologische zwakte hebben we onze sterkste troef gemaakt, zegt Ton. Doordat we onszelf voortdurend moesten uitvinden, hebben we cultuur ontwikkeld: werktuigen, taal, instituties.

 

Diervriendelijker

Sinds de publicatie van ‘Animal Liberation’ van Peter Singer, waar we het eerder tijdens deze zomerweek al over hadden, is de dierenrevolutie niet meer te stoppen. Onze kijk op dieren evolueert. In onze omgang met dieren zijn er tendenzen ten goede, maar het gaat langzaam. De weerstand is enorm, door de grote economische belangen en door de botsing met het eeuwenoude mensbeeld dat ons toeliet om dieren uit te buiten. Dierentuinen, stierenvechterij, dierproeven, recreatieve jacht: het zijn activiteiten die meer en meer worden gereguleerd, ingeperkt of die op zijn minst tegenwind ondervinden.

Ton Lemaire pleit voor landbouw en veeteelt op een totaal andere basis. Hij stelt voor om de traditionele landbouw en veeteelt te rehabiliteren. Niet omdat alles vroeger idyllisch was, maar de omgang met dieren was toen wel diervriendelijker dan nu. Opnieuw decentraliseren dus, bewust kiezen voor kleinschaligheid. Ton pleit niet voor veganisme of abolitionisme, wel voor vreedzaam en zorgzaam omgaan met dieren. Zelf oogst hij van de honing in zijn bijenkasten enkel het surplus, dat wat de bijen meer verzamelen dan ze nodig hebben. En zijn hond krijgt een klein stuk vlees, al eet Ton dat zelf bewust niet.

Er bestaat een ideaalbeeld van de ‘nobele wilde’, de ecologisch wijze jager-verzamelaar die in evenwicht leefde met zijn omgeving, een beeld waar sommigen graag naar teruggrijpen. Heeft die nobele wilde ooit bestaan of is het een mythe? Er zijn vraagtekens bij te plaatsen. In ieder geval zijn onze aantallen te groot om op die manier te gaan leven. We moeten wel verder met landbouw en veelteelt. Toch kunnen we iets leren van de jager-verzamelaars: ze inspireren ons om de eenvoud van het leven te waarderen en om ons betrokken te voelen bij de natuur.

Ton Lemaire pleit voor een verruiming van het humanisme: niet om de mens omlaag te trappen, wel om het dier beter te behandelen. Laat ons de dieren opnemen in onze morele kring, stelt hij voor. Humanimalisme, noemt hij dat.

Hoe zien we onze omgang met dieren in de toekomst? Lang geleden omvatte onze kring van morele betrokkenheid enkel onze eigen groep. Ondertussen hebben we hem uitgebreid tot de hele mensheid. Iedereen is onze naaste en de rechten van de mens zijn ons referentiekader. Maar de dieren? Die vallen erbuiten. Het humanisme stelt de mens centraal. Ton Lemaire pleit voor een verruiming van het humanisme: niet om de mens omlaag te trappen, wel om het dier beter te behandelen. Laat ons de dieren opnemen in onze morele kring, stelt hij voor. Humanimalisme, noemt hij dat, al geeft hij toe dat het woord een tongbreker is.

Het humanimalisme introduceren als nieuwe ethiek voor het antropoceen is in het belang van de dieren én van onszelf. We zijn erbij gebaat dat we onszelf beperken. Als we onze planeet verstandig willen beheren, doen we er goed aan om een kosmisch besef, een diepgaand gevoel van verbondenheid met alles, te ontwikkelen.

 

Bevreemdend

Terug thuis keek ik met andere ogen naar de eentonige maisvelden, de jonge koeien in de wei (melkmachines in spe), de velden met besproeide snijbloemen, de aangelegde tuinen, de vele verharding. Er zijn nauwelijks vierkante meters die niet door de mens worden aangeraakt. Heel het ons omringende landschap reflecteert onze verhouding tot dieren en planten, die gebaseerd is op uitbuiting. Het landschap voelde bevreemdender aan dan ooit.

Het ons omringende landschap reflecteert onze verhouding tot dieren en planten, die gebaseerd is op uitbuiting. Het landschap voelde bevreemdender aan dan ooit.

Dit is niet de manier waarop we verder kunnen. De zomerweek gaf me het gevoel dat er dingen aan het schuiven zijn gegaan, ook al waren we er maar met een zestigtal Aardewerkers. De nieuwe inzichten zullen geïntegreerd raken in ons handelen, al zal het zijn tijd vragen. Gelukkig stond het ‘onkruid’ in mijn tuin nog even hoog.

An Van Damme

Verschenen in de herfstnieuwsbrief 2019 van Aardewerk.
Meer over Aardewerk: www.aardewerk.be.

Stem bus!

Stem bus!

Iedereen zit met het gevoel dat er wat moet veranderen: het water is bijna op, de elektriciteit is bijna op en onze wegen zit vol. Als antwoord op het klimaatprotest kwamen politieke partijen met verschillende oplossingen en met beloftes.

De vraag is wie na 26 Mei de politieke moed zal hebben om de maatregelen te nemen die nodig zijn. Welke partijen kunnen de juiste argumenten voorleggen om een diverse samenleving mee te krijgen in een duurzaam beleid?

Daarom maakten enkele Klimaners uit de Rupelstreek, samen met sympathisanten van Denktank Rupelstreek, deze mooie affiches om ons te wijzen op de kracht van onze stem bij de komende verkiezingen. De affiches zijn printbaar op A4 formaat. De kleinere afbeeldingen kan je ook gebruiken als (Facebook) profiel foto. Grotere formaten zijn verkrijgbaar op aanvraag.

Stem jij op 26 Mei met het hart of met de portefeuille?

Je kan hieronder je eigen poster afdrukken.

  1. Klik op de download-knop
  2. Klik met rechtertoets op de geopende tekening kies “printen”. Als je die optie niet hebt, klik dan op “downloaden” of “bewaren” en open de download in je tekenprogramma en klik op printen.
  3. Hang de affiche voor je raam

Indien je dat wenst kan je ook hieronder de afzonderlijke tekeningen downloaden door op de tekening rechts te klikken en download te kiezen.


De Grond der Dingen: samen onderhandelen voor 80 projecten

De Grond der Dingen: samen onderhandelen voor 80 projecten

Welke Mechelaar heeft nog niet gehoord van De Grond der Dingen? Dit is een initiatief van theater ARSENAAL/LAZARUS en het museum Hof van Busleyden waarbij inwoners van Mechelen opgeroepen worden om actief mee te bouwen aan de gemeenschappelijke toekomst. De stad stelt 20.000 m² ter beschikking om een aantal voorstellen te realiseren.

Burgers die mee mogen beslissen over gemeenschappelijke grond, daar geeft Klimaan graag z’n steun aan! Door zelf ideeën in te dienen, door het initiatief mee bekendheid te geven, door actief mee te denken,…

Het klinkt alleszins mooi, maar hoe werkt het in de praktijk? Hoe maak je bijvoorbeeld met een grote groep Mechelaars een selectie uit zoveel prachtige ideeën? Het toverwoord daarvoor blijkt Hummus

Hoe het eraan toe ging op de Grote Onderhandelingsdag kan je hieronder lezen in een uitgebreid verslag, aangeboden door Annick Thienpont van Mechelen Blogt. (Dankjewel, Annick!)

De grond der dingen : samen onderhandelen voor 80 projecten

Door Annick Thienpont geplaatst op 29 april 2019

De Grond der Dingen beleefde afgelopen zaterdag zijn onderhandelingsdag.  Voor dit stadproject konden Mechelaars gedurende 2 jaar zelf voorstellen indienen, om met een vierkante meter Mechelen beter te maken.  De stad stelt hiervoor 20.000 m2 ter beschikking.  Uiteindelijk werden 206 ideeën verzameld.   In eerdere ontmoetingsmomenten werden gelijkaardige voorstellen al samengebracht. Nu was een verdere selectie van 175 naar 80 projecten nodig.

Eerst kennismaken…

Als startmoment hielden de ongeveer 100 aanwezigen korte speeddates.  Aan de hand van 4 vragen kregen ze de kans om mekaar beter te leren kennen, en de sfeer en verwachtingen van de groep naar boven te brengen.

In de inleiding gaven Willy Thomas, artistiek leider van Arsenaal/Lazarus en bezieler van dit project,  en Sigrid Bosmans, artistiek directeur van Hof van Busleyden, het belang en het succes aan van dit project.   Voor een stad van 86.000 inwoners getuigen 206 projecten van een enorme betrokkenheid.  Ter vergelijking : in Gent liep een gelijkaardig project, waar er door 260.000 inwoners in totaal 260 projecten werden ingediend.  Zowel het theater als het museum stellen zich vragen over hun rol in de stad, en in dit project kunnen ze deze rollen op een mooie manier bundelen.   In de werkgroep zetelen ook mensen van de stadsdiensten.  Zij namen alle voorstellen mee naar de bevoegde diensten, en laten bekijken in hoeverre de ingediende voorstellen kunnen opgenomen worden in het beleid van de stad.   Ook wanneer sommige projecten het op deze dag niet halen, worden ze later mogelijk door de stad opgepikt om alsnog uit te werken.  De werkgroep wordt ondersteund door een klankbordgroep van 14 mensen.  Dit zijn stuk voor stuk gerenommeerde specialisten uit vakgebieden als bestuurskunde en burgerparticipatie, en uit de artistieke wereld.  

Nadien gingen de deelnemers weer aan de slag op de scène om de waarden en de criteria te bepalen waarmee later die dag de selectie van de projecten zou gebeuren.   Er werd een lijst van criteria vooropgesteld, die door onderhandeling hier en daar nog geschrapt of bijgestuurd werden. Er werd afgesproken om schoonheid, en het blijvend aspect van een voorstel nu uit de criteria te halen, maar zeker mee te nemen bij de latere uitvoering van de geselecteerde projecten. 

…en dan samen aan het werk

In de namiddag werden de aanwezigen ingedeeld in 12 groepen. Elke groep kreeg 15 projecten om te toetsen aan de 11 criteria die voor de middag opgesteld werden. Voor elk criterium moest een score van 0 tot 5 punten gegeven worden. Per tafel werden de 4 projecten met de hoogste score weerhouden.  Maar omdat niet altijd alles objectief te beoordelen is, was er een groene kaart beschikbaar.  Een project dat niet noodzakelijk hoog scoort, maar je wel een fijn gevoel geeft, kon je een groene kaart geven.  Ook de 24 projecten die het beste scoorden met de groene kaartjes werden aan de lijst van geselecteerde projecten toegevoegd.  

Eén van de werkgroepen knipte hun kaartjes in de hartvorm :
  “ om te kunnen stemmen met ons hart”.

Ik volgde zelf de beoordeling aan tafel 12, onder leiding van Marijke Wienen.  Er ontstonden leuke gesprekjes over de motivatie achter een bepaalde score.  In het algemeen was er een grote eensgezindheid, maar soms konden mensen elkaar nog overtuigen om de punten te wijzigen.  Voor sommige projecten kwamen de tafelgenoten spontaan met aanvullingen of alternatieven.

De mensen achter de projecten

Tussen de sessies door sprak ik met de indieners van verschillende projecten, en legde ik interessante contacten voor weer nieuwe artikels.  Philip Ceuleers en Amber Verstraelen zijn de oprichters van de duurzaamheidsas.  Zij hielden zelf al cocreatie-sessies met de mensen die op die as wonen om duurzame, ecologische en gemeenschapsversterkende initiatieven met elkaar te verbinden.  Daarover kon je op Mechelen Blogt al een uitgebreid artikel van Jan Smets lezen. 

Terwijl Leyla en Ilias Saidova poseerden voor de groepsfoto in de kruidtuin, had ik even de kans om met hun mama te praten. 

“Wij waren op bezoek in het museum en leerden daar het project kennen.  De kinderen waren meteen enthousiast om een tekening te maken en een projectvoorstel in te dienen. Leyla droomt van een speeltuin waar ook plaats is om te fietsen, en van meer groen in de stad.  Ilias pleit ervoor om alleen elektrische auto’s toe te laten in de binnenstad.  Vandaag ben ik met hen meegekomen om samen de projecten te verdedigen. “ 

De resultaten

Op het einde van de namiddag werden alle scores van de tafels verzameld, en werd er druk gerekend voor de uiteindelijke selectie van de projecten.   De zaal kreeg al een eerste overzicht maar het was onhaalbaar om in de beschikbare tijd alle berekeningen nauwkeurig af te ronden.  De organisatie beloofde de volledige lijst eerstdaags op hun website te communiceren.

En nu ?

Nu worden de geselecteerde projecten visueel uitgewerkt, om vanaf december 2019 tot en met maart 2020 tentoongesteld te worden in de grote ruimte van Hof van Busleyden, onder de titel “Wat is de grond der Dingen? “ Tegen 14 maart 2020 moet dan de definitieve selectie gemaakt zijn van de voorstellen die effectief zullen gerealiseerd worden.   

Deep Democracy

Deze onderhandelingsdag werd begeleid door Hummus, een organisatie onder leiding van Fanny Matheusen die rond de principes van Deep Democracy werkt.   Deze methode laat groepen in onderhandeling gaan, met aandacht voor alle meningen, ook de minderheidsstem, en de onderliggende emoties.  Ik sprak met een aantal mensen die net als ik al een training volgden bij Fanny.  Ik ben fan van deze aanpak en probeer hem ook ik mijn job toe te passen. Vandaag had ik de gelegenheid om tools als het gesprek op voeten en de weerberichtjes mee te oefenen.

Binnenkort de volledige lijst van geselecteerde projecten op : www.degrondderdingen.be

Wie nieuwsgierig is naar de principes van Deep Democracy, kan terecht op www.deep-democracy.be

(tekst en foto’s : Annick Thienpont)

Mechels KlimaatALARM: 5 voor 12: waarom deze actie nodig is.

Mechels KlimaatALARM: 5 voor 12: waarom deze actie nodig is.


Ik ben een mama van 35 jaar.

Al heel mijn leven is de klimaatproblematiek dringend. Is er ALARM. Ik was 14 bij de ondertekening van het Verdrag van Kyoto.

Een jaar geleden hebben we samen met enkele Mechelaars Klimaan opgericht. Een burgerbeweging die via samenwerking de transitie naar een sociaal duurzame en kimaatneutrale maatschappij wil versnellen.

Het klimaatbetoog van Nic Balthazar raakte me diep. Het 6-jarige meisje in het rood uit de videoclip ‘The Big Ask’ is nu een 18-jarige jongedame. Volgens haar is er sinds de clip is er ‘niets’ gebeurd. De wereld is nog altijd niet wakker. Zo voel ik het ook aan.

Mijn oudste zoontje is nu 6 jaar, net zoals het meisje in het rood 12 jaar geleden.

Ik bewonder de moedige jongeren die elke donderdag spijbelen voor ons klimaat.

Greta, Anuna, Kyra, … nu iconen, mogen niet binnen 20 jaar zeggen: onze actie heeft niet gebaat.

Ik wil hen bijstaan, ondersteunen. Het is niet enkel hun strijd. De klimaatontwrichting treft iedereen.

Daarom wil ik iedereen oproepen om zaterdag op 6 april om 5 voor 12 samen het ‘Sing for the Climate te zingen aan het Gele ‘Opsinjoorke’ naast de Sint-Romboutskathedraal in Mechelen.

Toon de politici dat ook wij willen dat het klimaat de hoogste prioriteit verdient in het politiek beleid.

Alle Mechelse klokken zullen een half uur op voorhand luiden om ALARM te slaan en iedereen oproepen om het lied mee te zingen om 5 voor 12.

We doen dit samen met verschillende organisaties en met het Mechelse stadsbestuur. Dit probleem kunnen we enkel samen oplossen.

Ik hoop op een massale opkomst voor een krachtig signaal,

Friedl

Tien klimaatacties die werken

Tien klimaatacties die werken

In Tien klimaatacties die werken geeft Pieter Boussemaere een heldere uiteenzetting over de essentie van de klimaatverandering. Vanuit dit wetenschappelijk onderbouwd betoog reikt hij tien klimaatacties aan die effect hebben om de klimaatverandering tegen te gaan en waar iedereen op zijn manier mee aan de slag kan. Zo wordt het een wereldprobleem waar jij en ik wel degelijk vat op kunnen hebben.

Een aanrader voor iedereen die zich reeds of nog niet aangesproken voelt om zijn schouders onder dit urgent probleem te zetten.

Jammer genoeg voorlopig nog niet te koop als e-boek.

Artikel toegestuurd door Tris Segers

Klimaatbetoog – Nic Balthazar

Klimaatbetoog – Nic Balthazar

Gisteren zag ik een fantastische uitzending op Canvas. Een klimaatbetoog waar extreem helder het klimaatprobleem wordt geschetst en wat we er allemaal aan kunnen doen. Het is een uitzending die echt iedereen moet gezien hebben. We moeten immers het klimaatdebat zo snel mogelijk transformeren in echte aanpassingen en oplossingen. Bind dus je klimaatontkennende Nonkel, Oma, Neef, vriend of vriendin vast voor de tv. Praat erover en en ga aan het werk om er samen voor te zorgen dat we onze kinderen dezelfde wereld kunnen schenken op hun oude dag als wij. We hebben nog 12 jaar en al de oplossingen bestaan! Tijd om ze massaal en snel toe te passen.

Lezing van Nic Balthazar over de toekomst van ons klimaat, vanuit de Aula van de Universiteit Gent
(2019, BEL, 60 min)

Herbekijk de aflevering op VRT.NU